Zoeken

Bijvoorbeeld Stageplaats, Aanmelden Werk-studie project

‘Vroeger moest ik als stagiair alleen maar de stomme klusjes opknappen’

  • Donderdag 21 mei 2026
‘Wie heeft hier zelf een goede leermeester gehad?’ De helft van de zaal gaat staan en een deelnemer vertelt enthousiast over die ene persoon die haar op sleeptouw heeft genomen. Maar een deelnemer die blijft zitten, geeft aan dat hij altijd alleen maar de stomme klusjes op moest knappen. Nu hij zelf eigenaar van een bouwbedrijf is, wil hij dat juist totaal anders doen. Maar hoe doe je dat eigenlijk: hoe word je een goed leerbedrijf terwijl de tijd beperkt is en de werkdruk hoog?

Het tekort aan technische vakmensen is groot en groeiende en de bouw wordt hard geraakt. Ruim 80 procent (!) van de ondernemers in de bouw ervaart een tekort aan personeel. Dit personeelstekort is niet zomaar opgelost: het is een zogenaamd wicked problem. Een probleem dat tegelijkertijd van iedereen en van niemand is. Het is complex en er zijn veel betrokkenen die allemaal hun eigen beeld hebben. De BouwAcademie Amsterdam is in het leven geroepen om met dit soort complexe arbeids- en onderwijsgerelateerde vraagstukken op verschillende manieren aan de slag te gaan. Eén van die manieren zijn ontbijtsessies: 25 geïnteresseerden uit het onderwijs en bedrijfsleven schuiven om 8.00 uur aan voor een inhoudelijke discussie over één onderwerp, mét ontbijt. Op maandagochtend 18 mei 2026 ging de ontbijtsessie over leermeesterschap. Want zowel werkgevers als werknemers zien de voordelen van werkplekleren, maar tegelijkertijd zijn er de nodige uitdagingen.

Keynote speaker Maarten Brand is stage-expert en heeft net ‘Het kleine stageboek voor begeleiders’ uitgebracht, naast ‘Het grote stageboek voor werkgevers’. Hij is tevens projectleider BPV bij collega-PPS VTi en kent de uitdagingen dus als geen ander. Maarten: ‘Een stage is de allerbeste manier om een medewerker te leren kennen. Je kan het eigenlijk zien als een héél lang sollicitatiegesprek. Tegelijkertijd is je bedrijf niet ingericht om te leren maar om te leveren, en de leerling moet daarin dus mee. Een student leert het belangrijkste deel van de opleiding dus in een omgeving die daar niet voor is ingericht en waar geen tijd expliciet voor begeleiding wordt vrijgemaakt.’ Zie daar: de stageparadox.

Maarten laat de top 20 van meest schaarse beroepen zien, die Geert-Jan Waasdorp op basis van data van Intelligence Group/Giant heeft samengesteld. De bouw en de techniek zijn oververtegenwoordigd in deze lijst, wat stages dus extra belangrijk maar tegelijk ook extra moeilijk maakt. Maarten: ‘Als erkend leerbedrijf krijg je een sticker op je deur en dat is het. Maar als écht goed stagebedrijf heb je iets extra’s: de wowfactor.’ Als voorbeeld geeft hij het Yalo Hotel in Gent. Dat hotel onderscheidt zich niet door de beste croissants in het ontbijtbuffet of de meest comfortabele bedden, maar door een zwarte knop in de wc’s waardoor die tijdelijk even in een disco veranderen. Maarten vraagt de deelnemers wat de zwarte knop van hun organisatie is, zoals een Wall of Fame van stagiairs op een prominent zichtbare plek in het bedrijf.

Ook herkenbaar voor iedereen: begeleiding is een kunst en niet iets wat iedereen zomaar kan. Het laatste wat je wilt, is dat stagiairs niet bij je organisatie blijven plakken omdat ze een hork als begeleider hadden. Als begeleider heb je drie rollen: manager, coach of adviseur. Maarten: ‘Je staat ervoor, ernaast of erachter, afhankelijk van hoe ver iemand is.’ Vaak weet je van jezelf wel welke rol je van nature inneemt. Ben je iemand die snel roept: ‘Ik doe het wel’ of zeg je juist: ‘Ik hoor het wel als er iets is’? Beide houdingen kunnen funest zijn bij een stagiair die op dat moment juist precies het tegenovergestelde nodig heeft. Het is goed om je daarvan bewust te zijn.

Goede begeleiders kunnen bij stagiairs of instromers een gevoel van autonomie en vooruitgang faciliteren. Zij kunnen ervoor zorgen dat stagiairs aan het eind van een dag het gevoel hebben dat ze iets kunnen, dat ze iets zelf kunnen en dat ze erbij horen. Vier de zichtbare vooruitgang die ze maken en laat ze het gevoel hebben dat hun werk ertoe doet. Een deelnemer geeft aan dat ze in hun bedrijf veel aandacht besteden aan het erbij laten horen van stagiairs door startpakketten met gereedschap te geven die ze mogen houden of door stagiairs ook begeleiders te laten evalueren. Een andere deelnemer adviseert om studenten van wie je het gevoel krijgt dat je aan een dood paard trekt, te koppelen aan leermeesters die zelf aangeven vroeger ook zo te zijn geweest. Dat inlevingsvermogen helpt enorm. Maarten geeft nog als tip mee om stagiairs te vragen een dagboek van verbazing bij te houden over alles wat ze zien in je organisatie.

Tijdens discussies komt naar boven dat bedrijven en onderwijs nog beter met elkaar kunnen communiceren rondom de stage. Studenten vinden het lastig om aan te geven wat ze willen leren, maar dat kunnen we ze tegelijkertijd niet altijd kwalijk nemen. Kaderen helpt daarbij. Een deelnemer vertelde dat ze na afloop van haar stage een kaartje kreeg waarop collega’s hadden geschreven hoe ze haar hadden zien groeien en wat zij volgens hen allemaal had geleerd. ‘Dat kaartje heb ik nog steeds.’ Dus: wat zou jouw stagiair over tien jaar nog van jou bewaren?

Op maandag 29 juni 2026 van 08.00 tot 09.30 uur is de volgende ontbijtsessie over ontwikkeling en behoud van medewerkers (locatie: Volmerstraat 22). Meld je hier alvast aan, meer informatie volgt!

<-------